Foto's

Borstvergroting

De borstvergroting is bij Artemedis de meest uitgevoerde ingreep. Jonge meisjes laten deze ingreep meestal doen omdat ze ontevreden zijn over hun kleine cupmaat. Op latere leeftijd wordt deze ingreep vaak gedaan om een wat lege bovenpool voller te maken. Ook een lichte mate van verzakking van de borst kan worden verholpen door het plaatsen van een prothese. Vrouwen die helemaal geen prothese willen kunnen de borst laten vergroten met Macrolane. Dit is een natuurlijke inspuitbare gel die echter na twee jaar nagenoeg volledig is geresorbeerd. De borst vergroten met lichaamseigen vet ( zie lipofilling ) is een controversiële behandeling die potentieel belangrijke risico’s inhoudt. Daarom is bij Artemedis beslist af te wachten tot er meer data en richtlijnen worden gepubliceerd.

Het voorafgaandelijk consult

Er bestaan meerdere technieken en soorten prothesen en die worden tijdens een voorafgaandelijk consult besproken.
Dr. De Meyere plaatst de prothesen meestal via een sneetje onder de borst en vóór de borstspier.
Tijdens het voorafgaandelijk consult wordt vooral nagegaan wat de wensen zijn van de patiënt en in hoeverre die realiseerbaar zijn. Veel hangt natuurlijk ook af van de vertreksituatie. Sommige patiënten wensen de borsten minimaal te vullen, net genoeg om de bovenpool weer een beetje voller te maken. Anderen willen de borst zo groot als mogelijk als het resultaat maar natuurlijk oogt. Nog anderen willen de borst zo bol als maar kan.

De borstprothesen

Glad of getextureerd ?

Tot eind jaren ’80 hadden alle borstprothesen een effen, gladde buitenkant. De kans op kapselcontractuur was hierdoor echter heel groot. Om dit risico zoveel mogelijk te beperken werden de prothesen altijd achter de borstspier aangebracht  opdat de prothese door beweging van de spier zou rondvlotten in een grote pocket en het kapsel geen vat zou krijgen op de prothese. Het plaatsen van een prothese achter de spier heeft echter een aantal grote nadelen en bovendien traden met de gladwandige prothesen regelmatig ernstige kapselcontracturen op die leidden tot een steenharde, vervormde en pijnlijke borst.
Alles veranderde spectaculair door de ontdekking dat ons lichaam heel anders reageert op een getextureerde prothese. Deze prothesen hebben een onregelmatige textuur aan de buitenkant met een welbepaalde poriegrootte. Hierdoor krijgt ons lichaam de kans zich te hechten aan de prothese en daardoor is het risico op kapselcontractuur enorm verminderd.
Tegenwoordig zijn nagenoeg alle borstprothesen getextureerd.

Voor of achter de spier ?

Het plaatsen van prothesen achter de spier heeft een aantal belangrijke nadelen:

Ten eerste is het veel pijnlijker. Dat komt omdat de borstspier moet worden losgemaakt van de ribben en onder spanning komt te staan.
De borsten zitten verder uit elkaar. Dat komt omdat de borstspier ook aanhecht op het borstbeen en daar niet volledig mag worden van losgemaakt. Als de prothese achter de borstspier wordt geplaatst, kan ze vanzelfsprekend niet voorbij die aanhechting komen. Zeker als er niet veel eigen borstweefsel aanwezig is, zullen de borsten onvermijdelijk ver uit elkaar staan.
De borsten vervormen bij aanspannen van de borstspieren. De borstspieren drukken de prothese dan namelijk plat in het midden en bol opzij. Dat ziet er heel onnatuurlijk uit.
Achter de spier kan meestal minder ruimte worden gecreëerd dan vóór de spier. De huid en het borstweefsel zijn immers veel elastischer dan de spier. Zeker wanneer de borst vroeger groter was en naderhand is verkleind, is het niet altijd mogelijk de borst optimaal te vullen met een prothese achter de spier.
Tenslotte creëert een prothese achter de spier een welving op de borstkast waar de borst in de loop der jaren van afzakt. Daardoor ontstaat soms een onnatuurlijke welving aan de bovenpool van de borst terwijl de onderpool te weinig gevuld en slap blijft.
Omwille van al deze nadelen worden bij Artemedis de prothesen zoveel mogelijk vóór de borstspier geplaatst. Enkel wanneer de patiënte absoluut geen borstontwikkeling heeft, is het plaatsen van de prothese achter de spier de enige oplossing.


Zout water of siliconengel ?

Prothesen die gevuld zijn met water zijn ronder dan prothesen met siliconengel.
Bovendien zijn ze veel beweeglijker, te vergelijken met een plastic zakje gevuld met water. Daarom worden ze bijna altijd achter de borstspier geplaatst. Door de spier worden ze namelijk afgevlakt en wordt de beweeglijkheid wat beperkt.
Een prothese achter de spier heeft echter een aantal belangrijke nadelen. Daarom wordt meestal gekozen voor siliconengelprothesen.
Sommige patiënten willen absoluut geen siliconen. Dan is een watergevulde prothese wel een valabele oplossing.

Hoog of laag cohesief ?

Tegenwoordig zijn alle gels cohesief, dat wil zeggen ze zijn niet meer vloeibaar.
Als men met andere woorden een sneetje maakt in een prothese, moet men al wat druk uitoefenen om de gel te laten uitpuilen en als men loslaat floept de gel weer naar binnen. Bij hoog cohesieve prothesen kan men de prothese in twee snijden zonder dat de vorm wijzigt. Druppelvormige prothesen zijn altijd gevuld met een gel die hoog cohesief is, omdat daardoor de vorm blijft behouden.
Het is duidelijk dat een hoog cohesieve gel meer als een rubberblok aanvoelt, minder meebeweegt met de borst en makkelijker te voelen is in de borst. Heel vaak is de bovenrand makkelijk te voelen en soms zelfs zichtbaar.
Meestal kiezen patiënten daarom een minder cohesieve, soepele prothese.

Rond of druppelvormig ?

Druppelvormige prothesen zijn altijd gevuld met een vastere, cohesieve gel met de bijhorende nadelen: de bovenrand van de prothese kan makkelijk worden gevoeld of zelfs gezien, de borst is niet beweeglijk en voelt te hard aan.
Een grote misvatting is dat ronde prothesen leiden tot ronde borsten. Dat is absoluut niet zo. In staande houding worden ronde prothesen ook druppelvormig. De borst voelt bovendien natuurlijker aan en beweegt op een natuurlijke manier.
Ronde prothesen bestaan in verschillende vormen, van heel vlak tot heel bol.
De keuze is afhankelijk van de breedte van de borst, de ruimte die er voorhanden is en van de gewenste projectie van de borst.
Bij de verandering van de ronde vorm ( bij neerliggen ) naar de druppelvorming ( bij rechtstaan ) ontstaan onvermijdelijk glooiingen op het oppervlak van de prothese. Vandaar dat er altijd een minimale hoeveelheid eigen weefsel de prothese moet bedekken. Als dat niet het geval is, volgt de huid enigszins deze glooiingen.
De Engelse term hiervoor is “rippling”.
Tot voor enkele jaren was bij gebrek aan eigen borstweefsel  de enige mogelijke oplossing de plaatsing van de prothese achter de spier.
De Mc Ghan style 510 prothese bracht hierin verandering. Deze prothese is gevuld met een soepele gel aan de basis ( de rugkant ) en een vastere gel onder de punt. De bovenrand is dun in tegenstelling tot de klassieke druppelvormige prothesen en de achterzijde is wat uitgehold zodat die beter contact maakt met de borstkast.
Deze prothese kan nog vóór de spier worden geplaatst, zelfs als er weinig eigen borstweefsel aanwezig is. Wanneer men kiest voor dergelijke prothesen wordt de maat bepaald door het opmeten van de hoogte en breedte van de borst en van de dikte van het aanwezige borstweefsel. Het resultaat oogt heel natuurlijk maar vrouwen die van een bolle bovenpool houden vinden de bovenpool van de borst wellicht wat te vlak.

 

Het bepalen van de  grootte van de prothesen

Tijdens het consult wordt een schatting gemaakt van de grootte van de prothese die vereist is om het gewenste doel te bereiken. ( Voor anatomische of druppelvormige prothesen worden de borsten opgemeten ).
Op basis van die inschatting kan een idee worden gegeven over de toekomstige grootte van de borst. Eventueel wordt een pasvorm op de borst gelegd om het effect zoveel mogelijk te visualiseren.
Tijdens de ingreep wordt bij Artemedis steeds eerst een testprothese geplaatst.
De operatietafel wordt dan in zithouding gebracht zodat kan worden bekeken of het gewenste resultaat met dit volume wordt bereikt. Heel vaak komt de partner even kijken (met schoenovertrek, muts en masker ) om te beoordelen of de bekomen grootte en vorm wel zijn zoals de patiënte wenst.
De elasticiteit van het borstweefsel en van de huid kunnen onmogelijk op voorhand worden bepaald. Vandaar het belang om te werken met een testprothese. Als de bovenpool van de borst te bol wordt, dan wordt uiteindelijk voor een kleinere prothese gekozen. Als de bovenpool nog wat te weinig gevuld is, wordt voor een grotere prothese gekozen.

Wanneer wordt gekozen voor een anatomische of druppelvormige prothese, wordt niet langer gedacht in volumes maar wel in dimensies. Het heeft bijvoorbeeld geen zin prothesen te plaatsen die breder of smaller zijn als de basis van de borst.
Daarom worden de borsten op voorhand precies opgemeten en ook tijdens de ingreep wordt de breedte en de hoogte van de gecreëerde pocket gecontroleerd.

De verdoving

Borstvergrotingen worden bij Artemedis altijd gedaan onder totaal intraveneuze anesthesie. De ingreep duurt ongeveer een uur en de meeste patiënten zijn na een kwartiertje tot een half uurtje alweer aangekleed en kunnen naar huis.


De risico’s

Bij elke chirurgische ingreep bestaat het risico op nabloeding en op infectie.
Die zijn bij een borstvergroting bijzonder klein.
Een veel belangrijker risico, kenmerkend voor een borstvergroting, is de kapselcontractuur.
Ons lichaam vormt rond alles wat wordt ingeplant een vliesje, ook rond een borstprothese. Als dit vliesje dikker wordt dan normaal en samentrekt, spreekt men van een kapselcontractuur. De borst wordt dan wat harder, minder indrukbaar en minder beweeglijk. Waarom dit soms optreedt, is nog een onopgeloste vraag. Nagenoeg altijd gaat het om slechts een van beide borsten.
Het risico ligt bij Artemedis ongeveer rond de 1 %.  Als het optreedt, is dat bijna altijd binnen het eerste jaar. De behandeling bestaat uit een korte chirurgische ingreep waarbij het kapsel meermaals wordt ingesneden. Deze ingreep wordt bij Artemedis kosteloos uitgevoerd.

Levensduur

Een prothese is door de beweging van het lichaam voortdurend onderhevig aan wrijf- en trekkrachten. Dit veroorzaakt onvermijdelijk een langzame slijtage van de wand van de prothese. Daarom wordt aangeraden een prothese te vervangen na tien tot vijftien jaar. Steeds meer fabrikanten geven een “levenslange garantie”. Dit is echter vooral een commerciële zet en wil absoluut niet zeggen dat de prothesen daadwerkelijk levenslang intact blijven.

De nabehandeling

Het is heel belangrijk dat het lichaam de kans krijgt in te groeien in de onregelmatige textuur van de prothese. Daarom is het aangewezen gedurende vier weken een goed ondersteunende BH te dragen waarvan de eerste twee weken ook ’s nachts. Verder is het ook aangewezen de ellebogen vier weken niet hoger te heffen dan de schouders. Het tillen van gewichten is op zich geen probleem.

Pijn

Het plaatsen van een prothese vóór de spier doet veel minder pijn dan achter de spier. Pijn heeft vooral te maken met spanning, op de huid, maar vooral op de bezenuwing. Een grote meerderheid van patiënten hebben weinig of helemaal geen pijn.

Meer weten? Contacteer ons voor een afspraak